Nederlands - Dr Chris de Jong studeerde theologie in Groningen en doceerde van 1983 tot 1992 de historische en kerkhistorische vakken aan de Theologische Hogeschool voor Oost-Indonesië en de Hasanuddin Universiteit, beide te Makassar (Indonesië).

Tussen 1993 en 2002 was hij als onderzoeker betrokken bij enkele projecten van de Theologische Universiteit (Koornmarkt) te Kampen. In dit verband verzorgde hij een bronnenpublicatie betreffende de geschiedenis van de Gereformeerde Zending (GKN) op Midden-Java, Indonesië, en vervolgens een tweedelige bronnenpublicatie over de geschiedenis van de Protestantse Kerk en het werk van het Nederlandse Zendeling Genootschap (NZG) in de Midden-Molukken, 1800-1900.

Verder heeft hij een aantal grote en kleine publicaties op zijn naam staan, die alle (op zijn dissertatie uit 1987 na) verband houden met de geschiedenis van het voormalige Nederlands-Indië (tot 1950).

De laatste jaren is hij van de thematische benadering (i.e. de bestudering van een bepaald onderwerp) afgestapt en opgeschoven in de richting van regio-geschiedenis. Niet dat men daar niet op thema’s stuit die nader onderzocht moeten worden, maar het verband is breder. Onderwerpen als een bepaalde godsdienstige beweging, de rol van de vrouw, economische machtsverhoudingen etc. komen zo beter uit de verf. Het geheel krijgt meer perspectief. Wat vroeger “context” heette, wordt zo een volwaardige en medebepalende speler op het historisch toneel.

English - Dr. Chris de Jong obtained his doctorate in Theology at Groningen University (Groningen, The Netherlands) in 1987 with a dissertation about Rev. John Forbes (ca. 1568-1634), a Scottish clergyman residing in Holland. From 1983 until 1992 he taught History of Christianity at the Theological Seminary of Eastern Indonesia and General History at Hasanuddin University, both located in Makassar (Indonesia).

From 1993 he was involved in several projects at Kampen Theological University (Kampen, The Netherlands) which focused on the general history of Indonesia and of (NW-European) Protestantism in Indonesia before 1942 as well as on the interaction between Christianity, Islam and traditional religion.

In co-operation with the Indonesian National Archive (Arsip Nasional Republik Indonesia) in Jakarta he published extensively on these subjects, e.g. several source publications on the Central Moluccas, South Celebes (S. Sulawesi), and Central Java, containing original archival material kept in Indonesian, British and Dutch archives, as well as a number of books and articles on related subjects, including histories of Southeast Celebes (2011), Ternate and Southeast Indonesia (the "Little East").

Van een groot deel van deze publicaties is een PDF-bestand te openen door op de link te klikken.

All publications on this website are open-access texts. Unlimited use, distribution and reproduction are permitted, on condition the original author and source are credited.

2016  

Na de kwestie-Ambon (1623), die ertoe leidde dat East India Company (EIC) zich uit de Grote Oost terugtrok, concentreerden de handelsactiviteiten van de Engelsen zich, wat Oost-Indië betrof, in het westelijk deel van de archipel. Het heeft tot ver in de 18de eeuw geduurd voordat de Engelsen zich opnieuw in het eilandenrijk ten zuiden van de Filippijnen hebben gewaagd. Twee namen trekken de aandacht: Alexander Dalrymple en Thomas Forrest. Ze hebben niet alleen uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen, maar ook de Board of Directors van de EIC voorstellen gedaan hun handelsactiviteiten in het gebied uit te breiden. Lees verder

2015  

Omstreeks 1600 meenden de Engelsen evenveel recht te hebben op de rijkdommen van Oost-Indië als de Republiek der Verenigde Nederlanden (Verenigde Provinciën). Ze probeerden het monopolie dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in Zuidoost-Azië aan het opbouwen was open te breken en te vervangen door een Engels-Nederlands duopolie. De Republiek voelde daar niets voor en was ervan overtuigd de Engelsen het hoofd te kunnen bieden. Dit conflict bereikte begin 1623 een dramatisch dieptepunt en had een nasleep van eeuwen. Lees verder

De Europese expansie in Azië is reeds verschillende malen beschreven, men zie het werk van bijvoorbeeld Scammell, Van Goor, Andaya, Chaudhuri en Braudel, doch dat gebeurde meestal in brede penseelstreken. Dit laat ruimte voor een korte bespreking van klein maar niet onbelangrijk onderdeel van deze expansie: de contracten tussen de Republiek en het sultanaat Ternate en zijn vazallen. lees verder

Waar in modern historisch onderzoek naar de 16de eeuw de Indische archipel en zijn plaats in het grotere verband van de betrekkingen tussen het Iberische schiereiland en Azië aan de orde komen, gaat de aandacht meestal uit naar de grote lijn. Dit laat ruimte voor een kleine detailstudie. Na een kennismaking met de Molukken, zal gekeken worden naar 1. het verschil in optreden van de Portugezen en de Spanjaarden tegenover de Molukse bevolking, 2. de manier waarop de laatste hiermee is omgegaan, 3. welke gevolgen dit voor het Portugese handelsimperium in maritiem Zuidoost-Azië gehad heeft. lees verder

2014  
  • Een Opwekker op Timor. De tragische geschiedenis van Geerlof Heijmering (1792-1867). Kaart

    Daarbij was – – – Heijmering vaak in verdrietige twisten gewikkeld, nu eens met de Residenten, die niet allen in de belangstelling van den Heer Hazaart voor den zendelingsarbeid deelden, dan eens met zijne medearbeiders, ’t zij omdat zij minder geschikt waren voor hunnen werkkring, ’t zij omdat zij althans met hem in inzigten verschilden.

Toen de latere Leidse hoogleraar P.J. Veth (1814-1895) deze woorden in 1855 schreef, was Geerlof Heijmering al geen zendeling meer. Het Nederlands Zendelinggenootschap (NZG) dat hem in 1826 naar de Residentie Timor en Onderhorigheden had uitgezonden, had zich enkele jaren eerder wegens gebrek aan perspectief uit het gebied teruggetrokken. In de literatuur wordt het falen van het zendingswerk in de Timor-archipel hoofdzakelijk toegeschreven aan het ongezonde klimaat, de afgelegen ligging van de eilanden en de stugheid van de oorlogszuchtige bergbevolking van Timor. Deze factoren hebben zeker een rol gespeeld. Maar Veth constateerde dat er nog iets anders aan de hand was dan alleen moeilijke fysieke omstandigheden. Lees verder.

Dit voorlopige overzicht beperkt zich tot Protestants Nederlands stenen en houten erfgoed in Indonesië. Dit houdt in dat alleen Protestantse kerkgebouwen opgenomen zijn die in de koloniale tijd door Nederlanders voor Nederlanders gebouwd zijn. De twee belangrijkste kerkgenootschappen in dit verband zijn de Indische Kerk (officieel: de Protestantse Kerk in Nederlands-Indië (PKNI)) en de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). Slechts de door deze kerken opgetrokken gebouwen worden opgesomd, soms met enkele bijzonderheden en foto's. lees verder.

2013  

Tot aan de ondergang van de Verenigde Oost-Indische Compagnie tegen het eind van de 18de eeuw was de Kleine Oost, het immense eilandenrijk in de zuidelijke Molukken tussen Timor en Nieuw-Guinea (Irian Jaya), niet meer dan een voetnoot in de geschiedenisboeken. Vanaf omstreeks 1820 werd het na een halve eeuw van de facto vrijheid en onafhankelijkheid opnieuw door de Nederlanders ingelijfd en in de nieuwe kolonie Nederlands-Indië opgenomen. Maar er waren kapers op de kust. De Engelsen en Portugezen werden ervan verdacht een begerig oog te hebben laten vallen op de enorme natuurlijke rijkdommen van deze afgelegen en dunbevolkte archipel.
In dit essay zal geprobeerd worden de integratie van de Kleine Oost in Nederlands-Indië te plaatsen in een bredere context dan alleen de binnenlands-bestuurlijke. Wat in de eerste decennia van de 19de eeuw gebeurde was bepalend voor het staatkundige leven van maritiem Zuidoost-Azië tot op de dag van vandaag. Lees verder

Until the downfall of the Dutch United East India Company (VOC) towards the end of the 18th century, the “Little East”, the vast archipelago in the southern Moluccas between Timor and New Guinea (present day Papua, also known as West Papua), was no more than a footnote in history books. From about 1820, after half a century of de facto freedom and independence, it was once more annexed by the Dutch and included in the newly formed colony of the Dutch East Indies. But there was competition. The British and the Portuguese were suspected of casting envious eyes on the enormous riches in natural resources of this distant and thinly populated part of the East Indies archipelago.
This essay will endeavour to place the integration of the Little East into the Dutch East Indies in a wider context than merely that of the internal administration. Read on

2012  

De overgrote meerderheid van de omstreeks 750 zendingsorganisaties, die Nederland tussen eind 18de en eind 20ste eeuw rijk geweest is, heeft nooit een opleiding van zendelingen en andere uitgezonden medewerk(st)ers van enige betekenis gehad. De oudste en belangrijkste opleiding was die van het Nederlandse Zendelinggenootschap (NZG) in Rotterdam, waarvan ook enkele andere corporaties gebruik hebben gemaakt. Geprobeerd zal worden te achterhalen hoe het zendingsonderwijs was ingericht, welke uitgangspunten daaraan ten grondslag lagen en welke veranderingen in de loop der tijden zijn opgetreden. Omdat deze elementen het duidelijkst aan het licht treden bij het NZG, zal met dit genootschap begonnen worden. Daarna komen enkele andere aan de orde. Lees verder ... Een samenvatting is verschenen in: Het zendingsbusje en de toverlantaarn. Twee eeuwen zendingsliefde en zendingsorganisatie in Protestants Nederland. Onder redactie van Gerrit Schutte, Jasper Vree en Gerrit de Graaf. (Zoetermeer: Uitgever Meinema, 2012) 57-76.

  • Sumber-sumber tentang sejarah Gereja Protestan di Maluku Tengah 1803-1900. Jilid 1: 1803-1854. Met kaarten en registers; 900 pp. Jakarta: BPK. (vertaling van De Protestantse Kerk in de Midden-Molukken 1803-1900. Een bronnenpublicatie. I, 1803-1854. Zie onder 2006).
2011  

Uitgangspunt en plaats van handeling zijn het ruige land van Zuidoost-Celebes, met zijn oerwouden, bergen, brede, zompige riviermondingen en uitgestrekte moerassen, met krokodillen, bloedzuigers en malariamuggen, en met zijn bevolking met haar complexe stelsel van culturele, religieuze en sociale gewoonten en verworvenheden: de Tolaki in het noorden en midden, de Tomoronene in het zuidwesten. Hun tegenpolen waren uiteenlopende groepen zeevaarders, handelaars en avonturiers, die hun kusten aandeden of zich er vestigden, alsmede de Europeanen en het door hen geïntroduceerde stelsel van bestuurlijke, economische, culturele en godsdienstige waarden en normen. Lees verder

De in Rotterdam gevestigde Nederlandse Zendingsvereniging, wier arbeid zich tot dan toe beperkte tot West-Java, had in 1913 op voorstel van de conferentie van zendelingen aldaar haar oog laten vallen op Balantak (Luwuk-Banggai, Oost-Celebes) als mogelijk tweede zendingsterrein. Dit was een van de laatste gebieden van het grote eiland Celebes waar men de islam nog voor zou kunnen zijn, zo was de verwachting. A.J. Bliek, NZV-zendeling in Meester Cornelis (Jatinegara, West-Java), had contact gezocht met R.W.F. Kyftenbelt, predikant van de Indische Kerk in Makassar, ten aanzien van mogelijke zendingsplannen van die kerk op Celebes. Van Kyftenbelt was bekend dat hij de zending van harte was toegedaan, doch ook dat hij niet gemakkelijk met anderen samenwerkte. Hij had op verschillende plaatsen op Celebes al enkele initiatieven ontplooid, onder meer in Zuidoost-Celebes. Na overleg met Adriani en op voorstel van een van de eerste gezaghebbers van Kendari, F. Treffers (1910-1913), bereisde in 1911 en 1912 J. Kelling, een hulpprediker van de Indische Kerk, tweemaal Zuidoost-Celebes, waar hij contact zocht met de autochtone bevolking, de Tolaki. Hij opende een Maleise volksschool in Palahari in het district Wawotobi, die de eerste zou moeten zijn van een reeks van acht scholen in even zo vele nieuw te openen zendingsposten. Doch wegens de onervarenheid van de jonge Ambonese onderwijzer en wegens het gebrek aan leerlingen, dat daarvan het gevolg was, werd deze school in 1913 weer gesloten. Hetzelfde lot trof de volksschool die door Kelling in het dorp Amakuni in het district Tawanga was geopend. Deze episode maakte een diepe, zij het geen gunstige indruk op de bevolking. Lees verder

Verandering van bepaalde elementen van een cultuur of de aanpassing van een cultuur aan zich wijzigende omstandigheden, hoe men die veranderingen ook beoordeelt, is zelden het werk van één individu. Allerlei krachten en factoren spelen een rol, de ene minder opvallend dan de andere, doch te samen vormen ze dikwijls een schijnbaar onontwarbaar netwerk van oorzaak en gevolg, of betere gezegd van vele oorzaken en vele gevolgen. Het is de taak van historici, antropologen en sociologen deze kluwen te ontwarren en bepaalde patronen aan te wijzen, die fundamenteel zijn in de onderzochte veranderingsprocessen. lees verder ...

An alteration in certain elements of a culture or the adaptation of a culture to changing circumstances is seldom attributable to the work of one individual, whichever way one judges these changes. All manner of forces and factors play a part, some perhaps less obviously than others, but together they form a network of cause and consequence, or rather causes and consequences, which it seems impossible to disentangle. It is the task of historians, anthropologists and sociologists to unravel this tangled web, and to point out certain patterns which are fundamental in the processes of change which are being investigated. Read on

2010  

Men hoort sommige historici wel eens klagen dat in Nederlandse zendingsarchieven de stemmen van Indonesische christenen zelden of nooit gehoord worden. Dezelfde klacht klinkt ten aanzien van de archieven van de Protestantse Kerk in Nederlands-Indië (of Indische Kerk). Ook daarin klinkt zelden een Indonesische stem door. Het waren Nederlandse zendelingen en predikanten die met hun besturen in Nederland en Batavia correspondeerden. Zij rapporteerden over hun inheemse medewerkers – evangelisten, onderwijzers, gemeentevoorgangers, actieve gemeenteleden en anderen – doch stukken van deze laatsten vonden maar hoogst zelden hun weg naar de bestuurders van kerk en zending. En de weinige stukken van Indonesiërs die hun burelen wel bereikten handelden vrijwel uitsluitend over technische kwesties als pensioen, aantal dienstjaren, overplaatsing, verlof en dergelijke. Stukken waarin Indonesiërs – gevraagd of ongevraagd – verslag doen van hun werk of hun visie geven op gebeurtenissen in hun land of kerk of op hun zendingveld, treft men in de Nederlandse archieven niet of nauwelijks aan. lees verder.

Occasionally one hears complaints from some historians that in the archives of the Dutch mission the voices of Indonesian Christians are rarely, if ever, heard. One may hear the same complaint about the archives of the Protestant Church in the Netherlands Indies (or Indies Church, Indische Kerk). There too it is rare to hear the sound of an Indonesian voice. It was chiefly the Dutch missionaries and reverend ministers of the Indies Church who corresponded with their Boards in the Netherlands and Batavia (present day Jakarta) respectively. They sent reports about their indigenous fellow workers – evangelists, teachers, parish preachers, active members of the congregation and others – but reports from the latter seldom found their way to those in charge of church and mission. And the few papers by Indonesians which did reach their offices were almost without exception concerned with technical questions, such as pensions, years of service, transfers, leave and similar matters. In Dutch archives one rarely, if ever, encounters documents in which Indonesians, whether asked to do so or volunteering an opinion, report on their work or present their view of events in their country, their church or the area of their mission. Further reading

  • De zendeling als persoon, in het bijzonder in de Grote Oost, in: Geroepen tot zending. Gids voor onderzoek naar de geschiedenis van de Hervormde zending in Indonesië en elders. Samenstelling en redactie H. Lems en K. van Vliet. (Utrecht: Stichting de Zending der Protestantse Kerk in Nederland; Het Utrechts Archief, 2010) 27-35.
2009  
  • "Mukhdi Akbar. Perjuangan Sebuah Gerakan Mistik untuk Mendapat Pengakuan sebagai Sebuah Agama di Selayar, Sulawesi Selatan", in: Kuasa dan Usaha di Masyarakat Sulawesi Selatan. Editor: Roger Tol, Kees van Dijk, Greg Acciaioli. (Jakarta: KITLV, 2009) 241-276 (dengan dr. Anton Lucas).
2008  
  • Bijdragen over: Zuid-Sulawesi en Zuidoost-Sulawesi in: A History of Christianity in Indonesia. Edited by Jan Sihar Aritonang and Karel Steenbrink. (Studies in Christian Mission 35. Leiden: Brill) 476-482, 487-490.
2006  
2005  

In de literatuur zijn de kortstondige pogingen van een zendeling van het Nederlands Zendelinggenootschap (NZG), Jelle Eeltjes Jellesma, om in de jaren veertig van de negentiende eeuw een zendingspost te openen onder de Wai Rama, een volk in het noorden van Centraal-Ceram, beschreven vanuit Europees perspectief. In dat perspectief stond de “mislukking” van diens missie centraal. In deze bijdrage wordt deze kwestie vanuit een ander perspectief bekeken. Hier zal geprobeerd worden om aan de hand van een beschrijving van de sociale structuur, de volkshuishouding en de maatschappelijke instellingen van de Manusela, het volk waartoe de Wai Rama behoorden, inzicht te krijgen in de omstandigheden van Jellesma’s falen.

2003  
2002  
2001  
2000  
  • "Mukhdi Akbar: the struggle for religious recognition of a mystical movement in Selayar Island, Indonesia" (met dr. A. Lucas, Flinders University, Bedford Park, Australia), in: Authority and enterprise among the peoples of South Sulawesi, edited by Rogier Tol, Kees van Dijk, Greg Acciaioli. (Verhandelingen van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, nr 188. Leiden) 183-209; ook verschenen in: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 156/3 (Leiden: KITLV, 2000) 561-587.
  • "Een verloren generatie zendelingen in de Molukken in de negentiende eeuw: de 'vijftigers'", in: Documentatieblad voor de Geschiedenis van de Nederlandse Zending en Overzeese Kerken (Journal for the History of Dutch Mission and Overseas Churches), 7/1 (2000) 24-47.
1999  
1998  
  • Lemma "Dr. H.A. van Andel", in: G. Anderson, ed., in: Biographical Dictionary of Christian Missions. Simon & Shuster, Academic Reference Division.
  • "Het belang van de Zendingsarchieven. Enige beschouwingen over zendingsarchieven en hoe ze (niet) te gebruiken", in: Een lastige erfenis? Kerkelijke archieven van de twintigste eeuw. Ed. J. de Bruin, e.a., 147-171 (met dr. Th. van den End).
  • Lemma "John Forbes", in: J. van den Berg, e.a., red., in: Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme, IV, 135-136.
1997  
1996  
1995  
1994  
1992  
1991  
  • Geesten, Goden en Getuigen. Geschiedenis van de Nederlandse Zending onder de Buginezen en Makassaren in Zuid-Sulawesi (Indonesië), Kampen: Kok.
  • Gericht verleden. Een bundel opstellen aangeboden aan Prof. Dr. W. Nijenhuis ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, Onder redactie van dr. Chr.G.F. de Jong en dr J. van Sluis. Leiden: J.J. Groen.
  • "'Christ's descent' in Massachusetts: The doctrine of justification according to William Pynchon (1590-1662)", in: Gericht verleden. Een bundel opstellen aangeboden aan Prof. Dr. W. Nijenhuis ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, Leiden, (red. dr Chr.G.F. de Jong, dr J. van Sluis), 129-158.
  • "Diaconie en adat-istiadat. Een fragment uit de geschiedenis van de zending onder de Buginezen in Soppeng", in: Het beeld van de arme. Een bundel opstellen aangeboden aan Prof. Dr. F.R.J. Knetsch. Onder redactie van dr J. van Sluis, dr J. Boneschansker. Den Haag.
1990  
1989  
  • "John Forbes (c. 1568-1634), Scottish Minister and Exile in The Netherlands", in: Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, 69 (1989) 17-53.
1987  
  • John Forbes (ca. 1568-1634), Diss.; RU Groningen.
  • “The Mukhdi Akbar movement on Selayar Island: a historical phenomenological approach”. Paper read at the International Workshop on Indonesian Studies No.2: South Sulawesi: Trade, Society and Belief. Royal Institute of Linguistics and Anthropology: Leiden, 2-6 November 1987.

Abdul Gani en zijn leer, teksten, Selayar (zie onder Publicaties 2000 nr 1.)

Soeara PMKI 1937 (zie onder Publicaties 2000 nr 1.)

Notulen van de Conferentie van Zendelingen in Zuidoost-Celebes, 1922-1940.

Copyright © 2004/2013, dr. Chr.G.F. de Jong

Created by: ir. drs. M.C. de Jong